Het kan raar lopen.
Na een optreden kom ik rond middernacht de Karelstad weer ingereden en besluit nog even een biertje te gaan drinken in café het Paleis. Michael stond me al op te wachten bij de deur en zei: "Er zit een Alfa vrouw op je te wachten." De vrouw in kwestie vertelde me dat ze had gehoord dat ik zo nog ging spelen. Laat mij eerst even rustig mijn biertje drinken dacht ik. Maar zoals het in die tijd wel vaker ging was ik met en klamme vinger te lijmen. Tot mijn grote verbazing ging de vrouwspersoon, die zo had zitten zeuren dat ik nog wat moest spelen, vanaf mijn eerste akkoord, met haar rug naar me toe, met en andere man zitten kletsen. Ik maakte netjes mijn liedje af en tikte haar op haar schouder.
"Ik dacht dat jij me wilde horen zingen."
" Sorry, sorry, die man probeerde al heel de avond met me te praten
en toen je ging spelen zag hij zijn kans schoon. Maar nu ben ik één en al oor."
Ze zette haar barkruk bijna tegen me aan en ging tegen me aan zitten. Ze keek me diep in mijn ogen en met hese stem fluisterde ze in mijn oor; "Zing voor me." Ik zong "Ware". Na het laatst akkoord draaide ze haar prachtige blonde krullenbol naar haar vriendin, een typisch geval van stewardess, en zei: "Ik blijf vannacht bij hem." Alsof ik daar niets over te vertellen had. En zo geschiedde. Ik had het flink te pakken. Ze zou me die maandag, na haar werk bellen. Ze was onderwijzeres en wilde me ook voor haar kindertjes laten spelen als middeleeuwse troubadour, in het kader van het project Middeleeuwen. Ik haastte me de volgende dag naar huis om vanaf drie uur 's middags binnen en straal van drie meter van mijn vaste telefoon te zijn. Met kladblok op tafel en de gitaar op schoot krabbelde ik flarden van een nieuwe tekst op papier. Om drie uur 's nachts was "Veel te mooie vrouw" af. Ze heeft niet meer gebeld. Ik heb haar nooit meer gezien.
Die zelfde nacht nog mailde ik de nieuwe tekst naar Caroline, een collega muzikant/zangeres. Als troost schreef ze me een gedicht; "Troost".
Vier dagen later zat Caroline in het publiek n de schouwburg van Rijssen, en tot haar stomme verbazing zong ik, mezelf begeleidend op gitaar en gedragen door het contrabasspel van Tijn, "Troost", als intro voor het nummer "Veel te mooie vrouw".
Vanwege bovenstaand verhaal staan de drie nummers ; "Troost", "Veel te mooie vrouw" en "Wolken" als een drieluik achter elkaar. Soyant detail is dat ik in de compositie ook met de toonsoorten rekening heb gehouden. De reggae van Troost in g-klein eindigt verrassend op Dm, de toonsoort van "Veel te mooie vrouw" en "Veel te mooie vrouw eindigt weer verrassend op een b-klein om vlekkeloos over te gaan in "De Wolken". De compositie is verder en soort hommage aan mijn oude gitaarleraar, Wout Pennings, omdat de basis van al deze liedjes ligt in oefeningen die ik ooit van hem kreeg.
Bovenaan de zelfde bladzijde van de kladblok had ik voor Niek's verjaardag een gedichtje geschreven over wolken. Niek heeft iets met wolken en een gezamenlijke vriendin had bedacht dat het leuk was als we allemaal iets zouden doen met wolken. Er werd een schilderij gemaakt en ik maakte van het gedichtje een lied, de minder creatieve onder ons waren vindingrijk en kochten een boek over wolken. Zo ontstond het lied "De wolken". Niek is een lieve vriendin die me met haar man enorm hebben opgevangen in mijn ontroostbare periode toen ik er alleen voor kwam te staan na mijn eerste huwelijk. En toe ik als vrijgezel terug kwam uit Tunesië. Yvonne was zo geschrokken van mijn voorstel samen te gaan wonen dat ze de relatie onmiddellijk beëindigde. We vlogen pas vier dagen later terug naar Nederland, waar ik de dag na aankomst nog moest optreden op een feestje van Yvonne's ouders. Ik werd heel de avond trots voorgesteld als de ideale schoonzoon. Alleen Yvonne en ik wisten dat ik dat al vijf dagen niet meer was. Yvonne was er nog niet aan toe zich te binden en wilde haar vrij leventje nog niet opgeven. Ze is nu gelukkig getrouwd en ongetwijfeld een geweldige moeder. De vader van haar kind ontmoette ze in de eerste week na onze reis naar Tunesië. Nog geen half jaar later woonde ze samen.
"Ware " is een tekst van George van Keulen een bevriende tekstschrijver die ik ontmoette in de Sahara van Tunesië net voor het millennium, ook de tekst van het nummer "Lazarus" is van zijn hand. George was daar met zijn lief op huwelijksreis en ik was er met Yvonne, zoals hierboven al beschreven, naar later bleek, als een soort laatste redmiddel van een niet meer te redden relatie.
Een jaar later was ik in Zuid Afrika en schreef ik het openingsnummer "Spook in mijn gedachten" dat gaat over deze vreselijk lieve vrouw. Ik zal haar eeuwig dankbaar zijn voor de fijne tijd met haar en mijn dochter, de mooie herinneringen en het diepe verdriet waaruit zoveel mooie liedjes en teksten zijn ontsproten.
Niet veel later verhuisde de moeder van mijn dochter, met mijn dochter zo ver mogelijk van mij vandaan en overleed mijn moeder, de liefdesliedjes die ik in die tijd schreef, zoals bijvoorbeeld "Als een kind zo blij", bleken achteraf veel meer over mijn moeder, dan over de vrouw waar ik op dat moment troost en warmte bij zocht, te gaan, zoals ik weer bezing in "De echo van jouw woorden".
Over de Ballade van een zeer bijzonder lekker wijf;
Toen ik zes jaar oud was, adopteerde mijn ouders een jongentje. Ik kreeg er een broertje bij. Mijn broertje was in bijna alles anders dan ik, en dat is nog steeds zo.
Om het lied niet nog ingewikkelder te maken heb ik het adoptiegedeelte niet vernoemd.
Het gezin waarin ik met dit broertje èn mijn echte zus opgroeide was alles behalve allerdaags. De houding van mijn ouders ten opzichte van anders denkend of anders voelende mensen intrigeert mij tot op de dag van vandaag. Er is veel misbruik van gemaakt.
"Meer liefde dan lust" heb ik op en zondagochtend in de negentigerjaren, onder het genot van koffie verkeerd, zitten schrijven in café de Ruif te Delft .
Met zicht op het slaapkamerraam van een heel lief meisje dat werkte in de bediening van stadsherberg de Mol waar ik de avond ervoor had opgetreden.
Na het optreden kwam ik haar weer tegen in café het klooster, waar ik in die tijd regelmatig na mijn optreden de warmte en het vermaak van een Belgisch biercafé zocht en waar ik regelmatig op nachtelijke uren de instrumenten weer uit de koffers haalde om tot de voege morgen minnezang en drankliederen ten gehore te brengen. Ook die avond ging het zo en in het vroege ochtendlicht kuste ze me regelrecht de zevende hemel in. Ik sliep die nacht op het logeerbed van de toenmalige kroegbaas. De volgende morgen dwaalde ik met mijn nieuwe vlinderverzameling door de pittoreske binnenstad van Delft, en belandde als gezegd in één van de cafés met zicht op haar kamer. Gelukkig had ik het briefje wat ze 's nachts nog op mijn logeeradres in de bus had gegooid niet gevonden. Ik kreeg dat twee weken later bij mijn volgende bezoek aan Delft. Het was en kort briefje met als belangrijkste boodschap dat ze door de betovering van mijn voor haar zingen even was vergeten dat ze een vriend had. Als ik daarna weer optrad in de stadsherberg zong ik egelmatig de unplugged versie van "Meer liefde dan lust". We hebben er nooit meer over gesproken, maar zowel haar als mijn ogen waren vochtiger dan anders als "ons" liedje weer voorbij kwam.
Stuur door
Dit is niet OK